Van de paradijselijke Gili Islands, reizen we door naar Sumbawa, het eiland rechts van Lombok. De reis van Sengiggi naar Sumbawa zal 6 uur duren, 2,5 uur in bus op Lombok, 1,5 uur veerboot en vervolgens nog 2 uur in de bus op Sumbawa. We vertrekken gelukkig al vroeg, zodat we aan het begin van de middag in Sumbawa Besar, de hoofdstad van Sumbawa, uit zullen komen. Al vóór de veerboot gaat het mis. We moeten, om onverklaarbare redenen, 1,5 uur wachten. Stond niet in de tijdsplanning. We bedenken zelf later maar dat er een veerboot uit de vaart gehaald zal zijn. Als we na 1,5 uur dan toch op de boot stappen, zien we meteen dat deze boot heel anders is dan de reis van Bali naar Lombok. We zijn duidelijk de enige blanken en worden aangestaard alsof we Beatrix zelf zijn. Uit pure nood kopen we aan boord een bakje nasi, wie weet hoe lang de rijst al in het bakje zit, maar we moeten echt iets eten in verband met onze malariapillen. Gelukkig worden we niet ziek. Sumbawa is al in zicht, we kunnen al bijna van boord springen, maar dan moet de boot toch nog even een uur wachten voordat de boot die al ligt aangemeerd, is uitgeladen. En weer ingeladen. Al met al komen we met 3 uur vertraging aan in Sumbawa Besar. De stad heeft welgeteld drie hotels. Bij alle drie bekijken we een kamer, maar alle drie zijn ranzig. Goed, we moeten ergens slapen, dus kiezen we nog de beste uit de drie. Dat er in Sumbawa Besar verder niets te zien of te doen viel, stond op zich wel in de Lonely Planet. Misschien moeten we voortaan maar niet meer zo naïef zijn en dat gewoon geloven. Het is alsof we de eerste blanken zijn die deze stad betreden, zo worden we aangekeken. Van alle kanten worden we toegeroepen, “he mister!”, tegen Inge, zo ver waren ze dus nog niet met de Engelse les. De volgende morgen maken we dat we weg komen uit deze stad. We hebben onze hoop gevestigd op een klein plaatsje aan de kust, Pantai Lakey, zo’n 200 kilometer verderop. Het dorpje is bekend geworden door z’n metershoge golven, wat veel surfers aantrekt. Er is ook een mooi strandje, dus we hopen dat we het daar meer naar onze zin zullen hebben. Om in Pantai Lakey te komen, moeten we eerst naar Dompu, 5 uur rijden, daarna nog 1,5 uur in de volgende bus, aldus de Planet. De bus is dit keer geen luxe airconditioning bus, maar een klein busje waar vooral de armere mensen in reizen. De clochards, zeg maar. Onderweg wordt er nog een geit op het dak geknoopt, een jongetje dat zelf nog maar amper kan lopen komt met een kip onder z’n arm de bus in en een paar oudere mannetjes vinden het haar van Jack en z’n zonnebril zo fantastisch dat ze steeds zitten te wijzen en te lachen.
[shashin type=”photo” id=”1606,1602″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]
De reis gaat een stukje over een asfaltweg, maar het grootste gedeelte is onverhard, met flinke kuilen. We stuiteren dan ook flink op en neer in de bus, waar het bloedjeheet is. In plaats van de geplande 5 uur naar Dompu, doen we er maar liefst 8 uur over. Soms staan we echt om onverklaarbare redenen gewoon een half uur of een uur stil langs de weg. Ze hoeven toch niet te wachten tot de bus vol is, want die puilt inmiddels aan alle kanten uit. Het blijft een groot raadsel. Door de vertraging, is de laatste bus naar Pantai Lakey al lang vertrokken en zijn we genoodzaakt in Dompu te overnachten. Het hotel hier is iets beter, maar ook hier lijkt het alsof er nog nooit een outsider in de stad is geweest. Uit de weinige woorden engels die de receptionist spreekt, begrijpen we dat de bus naar Pantai Lakey de volgende morgen om 8 uur vertrekt, bij een halte vlakbij het hotel. We staan om kwart voor acht al te popelen om weer te vertrekken. Als we naar de halte lopen, komt de lege bus ons net tegemoet. We mogen alvast instappen, de chauffeur moet alleen nog even een paar jerrycans met benzine tanken, deze worden op de achterbank gezet. We rijden via het busstation om nog wat mensen op te pikken en dan naar de halte die de receptionist bedoeld moet hebben. Goh, het lijkt allemaal wat voorspoediger te gaan vandaag. Al snel verdwijnt onze hoop, als de bus vervolgens bij die halte gewoon ruim een uur blijft staan.. In de volle zon… En wederom is de bus al helemaal vol, dus waarom deze dan nog wacht.. We ergeren ons groen en geel, waarom vertrekt ie niet gewoon..? De geplande 1,5 uur wordt uiteraard wat langer, na 3 uur komen we vlak voor Pantai Lakey uit. De bus rijdt niet verder, maar een ojek (scooter) brengt ons verder. Hup, backpack voorop, wij beide bij een scooter achterop, over de onverharde weg, door alle kuilen. We zijn beide nogal bang dat we niet heelhuids in Lakey aan zullen komen, maar het tegendeel is waar.
Pantai Lakey is het mooiste dat we gezien hebben in Sumbawa. Er zijn golven van wel 3 of 4 meter hoog. We hebben een leuk bungalowtje vlak bij de zee en het hotel naast ons heeft een prachtig zwembad met ligbedjes, waar we dankbaar gebruik van maken.
[shashin type=”photo” id=”1619,1615,1613,1609″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]
Hier bedenken we dat het plan dat we hadden, om na Sumbawa naar Flores door te reizen en daarna naar Sulawesi, Kalimantan, Java en Sumatra, niet echt haalbaar is. Als we dat willen doen, zullen we de komende zes weken voornamelijk in de bus of op de boot zitten. Als je op de wereldkaart kijkt, zou je zeggen dat de afstanden in Indonesië niet zo immens zijn (helemaal niet nadat we net door Australië hebben gereisd!) maar als je bedenkt dat de gemiddelde snelheid in bus 20 km/u was… We besluiten daarom onder het genot van een koude Bintang (die was ook al niet te vinden in de rest van Sumbawa, maar Jack denkt dat Allah in dit uithoekje van Sumbawa een oogje dicht knijpt) dat we onze planning omgooien. We vliegen terug naar Bali (simpelweg omdat deze vlucht dagelijks vanaf Sumbawa gaat) en gaan vanaf Bali, via Java naar Sumatra. We slaan dus een stuk Indonesië over, maar zullen relatief meer gaan zien, doordat we minder onderweg zullen zijn en meer op de plaatsen waar het leuk is. Bovendien zijn Java en Sumatra een stuk ontwikkelder, we zijn de afgelopen dagen ook wel geschrokken van de armoede op Sumbawa..! Meer dan de helft van de mensen leeft hier van minder dan US$2 per dag..! En dat is te zien aan de weinige auto’s, huizen, kleding, kinderen die niet naar school gaan…
[shashin type=”photo” id=”1620,1621,1622,1623,1624,1625″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]
Donderdag 24 november vliegen we dus van Bima naar Bali. We hebben het vliegveld al zien liggen, niet veel meer dan een kale vlakte, we zouden het eerder een airstrip noemen. Het vliegen zal misschien wel even spannend worden, in een heel klein vliegtuigje. Vanuit het oostelijkste puntje in Indonesië dat we zullen bereiken: veel liefs voor jullie in het koude Nederland!