Bezoek uit Nederland

Hallo allemaal! Vanuit Bangkok is het tijd om jullie weer eens bij te praten, over wat ons zoal heeft bezig gehouden de afgelopen twee (of al drie?) weken. Onze vorige berichtgeving was vanuit Langkawi, Maleisiën. Vanaf daar zijn we per boot door gereisd naar Thailand, waar we een paar dagen gerelaxed hebben op een piepklein eilandje: Ko Lipe. Het was daar fantastisch!! Het eiland is hooguit een kilometer lang en anderhalve kilometer breed. Er rijden geen auto’s, alleen een paar scooters, maar wij konden alles te voet bereiken. Het dorpje was over het strand een paar honderd meter wandelen, waar we weer heerlijke Thaise curry’s, Padthai en Spicy (So Picy!!) Papayasalad konden eten. Back in Thailand! Vijf dagen op Ko Lipe maakte ons extreem relaxed. Prachtig blauwe zee, mooi wit strand, palmbomen, verse vis op de barbecue. We hadden een prachtig bungalowtje op het strand, waar we onze hangmatten hadden hangen. Af en toe een duik in de zee, soms even lekker zonnen, de rest van de tijd slenteren over het strand, of lezen in de hangmat. Het leven is daar niet zo slecht!

[shashin type=”photo” id=”2066,2067,2071,2073,2079,2083,2089,2094″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

Na vijf dagen reisden we door, op naar Bangkok, want inmiddels moesten we een planning gaan maken om Luci en Frits in Laos te gaan ontmoeten. Met een (nacht)trein reisden we in 15 uur van zuiderlijk Thailand (Hat Yai, vlakbij de Maleisische grens) naar Bangkok. We kregen ondertussen vanuit Nederland berichten te horen dat daar terreurdreiging was, nadat er een idioot was opgepakt, dus we waren een beetje voorzichtig met de toeristische attracties, maar gelukkig bleek dat minder gevaarlijk dan waar ze voor waarschuwden. We hebben er zelf niks van gemerkt en konden na een nachtje Bangkok met een volgende nachttrein doorreizen naar Nong Khai, in het noordoosten van Thailand, vlakbij de grens van Laos. En zo legden we in 3 dagen bijna 2000 km per trein af, om uiteindelijk op 19 januari in Vientiane, de hoofdstad van Laos aan te komen. Aanvankelijk was het plan Luci en Frits in Thailand te ontmoeten, maar wij mochten met ons visum maar tot 25 januari in Thailand blijven. We zijn dus expres de grens over gegaan, zodat we daarna een nieuwe stempel kregen voor Thailand, opnieuw goed voor 15 dagen.

Na flink wat bureaucratie aan de grens van Laos kwamen we rond het middaguur in Vientiane aan. We waren inmiddels al flink uitgelaten, want Frits en Luci zouden om 14.15 uur landen op het vliegveld van Vientiane. Wij zochten snel een hotel, schoven een stokbroodje met La Vache Qui Rit naar binnen (want ooooh, wat zijn we blij met de tradities vanuit de Franse tijd!) en konden toen al met een tuktuk richting het vliegveld om de oudjes op te halen! Het weerzien was fantastisch en zo fijn om weer wat vertrouwds rondom ons te hebben.

[shashin type=”photo” id=”2263,2264,2268,2287″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

Na een middag bijkletsen en wat rondlopen in Vientiane reisden we de dag daarna alweer af om naar de Konglor Cave te gaan. Een grot, waarbij een rivier 7,5 kilometer onder de berg door gaat. Toen wij twee jaar geleden in Laos waren hadden we er al wel heen gewild, maar we hadden dan aardig wat meer reistijd gehad, waardoor we het toen hebben overgeslagen, maar nu wilden we er toch wel naartoe. En zo reisden we een hele dag om in Ban Kong Lo uit te komen, een piepklein primitief dorpje aan de rand van de grot.

We logeerden bij een soort homestay. ’s Ochtends en ’s avonds schoven we bij de familie aan tafel om te eten. Zij aten overigens later, en op de grond, maar we kregen toch de manier van hoe zij leven aardig mee. Een houtvuurtje om op de koken in de hoek van de kamer, afval gaat over de reling naar buiten en de kindjes hangen voornamelijk wat bij ons rond, omdat ze zich anders waarschijnlijk stierlijk vervelen. De kindjes zijn wel geweldig schattig en leren ons in het Lao tot tien tellen. Veel meer dan dat is er ’s avonds niet te doen, maar goed ook, want we worden de volgende dag alweer om 7 uur aan het ontbijt verwacht! Ja, ja, soms is het reizende leven best zwaar hoor! :-)

[shashin type=”photo” id=”2325,2327,2341,2342,2343,2351″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

De volgende morgen gaan we op pad om de grot te bezoeken. Het is een kilometer lopen naar de ingang van de grot en vanaf daar moeten we een bootje huren. Wat is eigenlijk de definitie van een boot? Deze kano is van hout en we zien het water er als een watervalletje bij in lopen. Zodra het waterpeil in de boot te hoog komt, wordt er als een gek gehoosd door de bestuurder van de boot.
We gaan met twee gidsen op pad. Beide hebben ze een accu om hun middel voor de bouwlamp op hun hoofd. Dit is het enige licht dat we hebben gedurende de rit door de grot. Het is een bizarre gewaarwording, dat je over een rivier vaart, in het pikkedonker. Halverwege kunnen we een stuk wandelen langs allerlei stalactieten en stalagmieten, die prachtig zijn uitgelicht. Af en toe mindert de boot vaart, omdat we dan een stukje moeten lopen, als het water te ondiep is. Een geweldige ervaring!

[shashin type=”photo” id=”2387,2388,2393,2394,2396,2402,2404,2405,2407,2408″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

Hierna reisden we door naar Thailand. Weer een flinke reis, in totaal zijn we 15 uur onderweg om in Kong Kaen uit te komen. Deze week staat de versnelling voor ons drie tandjes hoger dan wij gewend zijn, maar we willen toch flink wat zien en doen nu L+F erbij zijn en gelukkig vinden zij het reizen zelf ook geweldig leuk. Kong Kaen is een leuke Thaise stad, waar we een dag rondlopen en -kijken en natuurlijk moet Inge Luci laten kennismaken met een Thaise massage!

Na Kong Kaen reizen we door naar het Khao Yai National Park. De busreis erheen is al een ervaring opzich, de bus is nog luxer dan een vliegtuig, met een stoel met massage, eigen tv met gameconsole en een lunchbox. Wel jammer dat de chauffeur was vergeten dat wij in het dorpje Pak Chong eruit moesten en niet meereisden naar Bangkok, dus we werden er langs een snelweg uit geknikkerd. Een flinke frustratie, al zei Luci toen al: “ach, later lach je er om!” en zo kunnen we dat nu alweer.

In het Khao Yai National Park konden we alleen overnachten op een camping. Weer een leuke ervaring natuurlijk, vooral toen we de apen al zagen rondlopen rond de (gehuurde) tenten. Nog geen uur later vervloekten we die apen al, toen ze de tent van L+F hadden open gebroken om de tassen helemaal overhoop te halen voor een paar theezakjes en kruidenbuiltjes… De herten en stekelvarkens die ’s avonds over de camping scharrelden maakten het dan wel weer goed. De volgende dag maakten we een wandeling door het National Park.

Prachtige natuur, veel vogelgeluiden, zingende gorilla’s verderop in het oerwoud, verse sporen van olifanten en een krokodil zonnebadend op de oever. Helaas belanden we in een enorme regenbui, en is Frits ook nog eens ziek geworden, waardoor hij minder van dit alles kan genieten dan de rest. We besluiten dezelfde middag nog uit het park te vertrekken, zodat hij naar een dokter kan. Een ranger van het park brengt ons naar het dichtstbijzijnde dorp en zet ons af voor het ziekenhuis. Voordat we met onze ogen hebben kunnen knipperen, ligt Frits al op een brancard en wordt door een paar zusters onderzocht. Conclusie: keelontsteking, en zo verlaten we met 6 verschillende soorten medicijnen het ziekenhuis. Geweldige hulp!

De volgende dag reizen we door naar Ayutthaya, een historische stad op de route naar Bangkok. Als we daar ’s middags aankomen blijkt dat er het Chinese nieuwjaar gevierd wordt. We vallen midden in de festiviteiten met vuurwerk en draken dansen.

De volgende morgen, de laatste dag van L+F in Thailand, staan we vroeg op om de oude tempels te bekijken. Al aan het begin van de middag nemen we de trein naar Bangkok. Volgens de dienstregeling gaat er een trein om half twee, maar we hebben de dag ervoor al wel gemerkt dat je aan die dienstregeling eigenlijk weinig hebt, de trein had toen 1,5 uur vertraging. Uiteindelijk gaat onze trein om kwart voor twee, al is dat eigenlijk de trein die om 12.15 uur had moeten gaan. Zo slecht is de NS dus nog niet!!

In Bangkok gaan we naar hetzelfde guesthouse als waar we anderhalve week geleden overnacht hebben. We hebben daar een grote doos met souvenirs achtergelaten die L+F mee terug naar Nederland gaan nemen. Zij moeten dus nog even goed de fietsen inpakken, we drinken ons laatste gezamenlijke biertje, dan gaan we met de metro en Skytrain nog even in een noodvaart door Bangkok om te eten bij een leuk foodcourt en dan is het alweer tijd om hen naar het vliegveld te brengen..! De week (acht dagen!) samen lijkt voorbij gevlogen, maar toch hebben we ook zoveel gezien en gedaan.

En zo “blijven wij samen achter” in Bangkok. Wij acclimatiseren een dagje en rusten uit van de drukke gezamenlijke week. Morgen willen we doorreizen naar Cambodja en daarna Vietnam. We hebben nog zo’n 10 weken te gaan. Nog 10 weken! Of nog maar tien weken..? De tijd lijkt ineens verschrikkelijk snel te gaan. Afgelopen week dachten we ineens heel erg veel aan thuis, en was Nederland natuurlijk ook wel ineens dichterbij dan het de afgelopen vier maanden is geweest. Maar die tijd komt wel weer, we gaan er nu nog heel erg van genieten hier!!

Tot zover, tot later!

<< Lees het vorige verslag
Lees het volgende verslag >>