Kangaroos

Na een paar dagen in ’the middle of nowhere’ te hebben doorgebracht, zijn we aangekomen in bewoond gebied: Sydney! Dat wil zeggen, de voorsteden, maar die zijn al enorm uitgestrekt en al met al rijden we al zo’n 50 km door alleen maar bebouwd gebied. We rijden naar Noord Sydney, waar we, zo’n 40 km buiten de stad een camping zullen zoeken en vanaf daar morgen een dag Sydney in kunnen.
De afgelopen dagen waren het vooral weilanden en bergen die we gezien hebben. Na ons vorige berichtje reden we naar het Warby Range National Park. Een mooi bos, al was het niet enorm spectaculair. Wel de rust en de verlatenheid. Al vroeg in de middag komen we aan en zitten met een boekje in de zon. Er is daar helemaal niemand! We hebben een overweldigend uitzicht over een vallei. Inge vindt dat wat beangstigend, om zo afgelaten te staan, maar dat idee moeten we maar even loslaten, Willen we nu avontuur of niet?! :-) In de tijd dat we daar staan, komt er over de overharde weg die vlak langs het plekje loopt, welgeteeld 1 auto rijden. ’s Avonds stoken we een vuurtje om ons eten te koken. Het wordt rond half 7 snel donker en als het dan donker is, is het ook echt donker..! Zelfs in onze camper, we komen er achter dat de accu die onze verlichting zou moeten regelen niet goed werkt. Gelukkig hebben we hoofdlampjes mee, al is het nogal hilarisch als je beide met zo’n hoofdlampje op tegenover elkaar in de camper zit.

[shashin type=”photo” id=”387,389,390,395″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

Natuurlijk gebeurt er die nacht niets en slapen we juist heerlijk, zo ontzettend stil en donker is het er. Wakker worden is de volgende dag fenomenaal, met het enorme uitzicht dat we hebben.
Zodra we weer onderweg zijn, bellen we in een klein dorpje naar de verhuurder van onze camper, om aan te geven dat de accu niet goed is. Zij doen er niet moeilijk over dat die vervangen moet worden, al moeten we daar wel een iets groter plaatsje voor opzoeken. Aagenkomen in die plaats blijken ze echter niet zo’n accu te hebben, het is een ander soort dan een gewone auto accu. We gaan zelf nog wat op zoek en vinden er uiteindelijk toch een, maar dan is de garage wel al gesloten en besluit Jack de accu zelf maar te vervangen. Die nacht staan we op een camping met electriciteit en kan de nieuwe accu opladen. De volgende dag blijkt, als we weer op een unpowered campsite staan, dat de nieuwe accu goed werkt! Na Tumut rijden we naar het Abercrombie National Park. We wisselen de overnachtingen op een camping (beheerd en betaald) en een campsite (gratis, vaak in the middle of nowhere) vaak af zodat we om de dag weer even stroom hebben en kunnen douchen. Bij het Abercrombie National park vinden we een hele mooie campsite aan een riviertje. Als we aankomen zijn we de enige gasten, op een paar kangaroes na! Ze houden ons goed in de gaten, maar blijven gewoon lekker doorgrazen op een grasveldje tussen ons en de rivier. Het zijn er een stuk of 5. Als we de volgende morgen om zes uur wakker worden, staat het hele grasveld vol met kangaroes!

[shashin type=”photo” id=”412,413,420,421,422,408″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

Het is al voor de tweede dag regenachtig en koud. We zitten iedere dag dik ingepakt in alle warme kleding die we mee hebben. We komen er nu achter dat we misschien toch wat meer warme kleding mee hadden moeten nemen. Maar ach, met een slaapzak omgewikkeld is het ook best lekker warm en het past wel bij ons idee van een beetje survivalen.
Doordat we vandaag vroeg zijn vertrokken, is het pas een uur of tien als we al zo’n 140 kilometer hebben gereden naar de Blue Mountains, een groot nationaal park ten westen van Sydney. We rijden eerst naar Katoomba, een klein stadje dat toeristisch is geworden door deze Blue Mountains. Het is een komen en gaan van wandelaars en bussen Japanners, die vast allemaal vanuit Sydney een dagje de bergen bezoeken. We parkeren bij de eerste ‘sight’ Echo Point. Doordat we op een betaalde parkeerplek staan, kunnen we, net als alle andere toeristen, maar een klein rondje maken en moeten dan alweer terug. De bergen zijn fascinerend, ze zijn zo’n kilometer hoog en je kijkt tegen de stijle kliffen op. Het doet wel een beetje denken aan de Grand Canyon. Na deze korte stop rijden we een stukje verder en komen dan in iets minder toeristisch gebied, vanwaar we zelfs een hele (uitgezette) wandeling kunnen maken door de Blue Mountains. We lopen richting een waterval, en alsof dat nog niet mooi genoeg is, klimmen we daarna ook nog een heel stuk om diezelfde waterval van bovenaf te zien. Het is gelukkig weer mooi weer geworden! Het is in de bergen nog wel wat fris, maar gelukkig schijnt de zon en op sommige plekken, uit de wind is het heerlijk!

[shashin type=”photo” id=”430,428,439,461,483,490,495,496″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

Een stuk verderop stoppen we bij de Wentworth Falls, vanwaar ook weer verschillende wandelingen zijn uitgezet. We gaan voor een kleine wandeling van een uur richting een waterval, maar zodra we bij de waterval zijn lopen we nog een stukje verder, tot onderaan de waterval. En voordat we het weten staan we honderden meters lager en zien we hoe de waterval naar beneden klettert. De weg erheen is spectaculair, beide hebben we niet echt hoogtevrees, maar hier op sommige plaatsen toch wel..! Het wandelpad loopt soms, over een uitgehakt stukje rots, vlak langs de afgrond. Met hekje, dat dan weer wel! We wandelen uiteindelijk bijna drie uur, met fantastische uitzichten onderweg. En ja, als je eerst een heel stuk naar beneden wandelt, moet je later natuurlijk ook weer omhoog! We zijn kapot als we terug bij ons campertje komen..! We maken meer dan 200 foto’s, maar als we ze ’s avonds bekijken en kritisch zijn, gooien we er ook alweer een hoop weg, om de mooiste over te houden. We proberen die avond weer een campsite in het National Park te vinden, maar die zijn nogal slecht te vinden en het is inmiddels al laat, dus rijden we nog een stukje door over de highway, om bij een plaatsje met camping uit te komen. En zo rijden we dus de bewoonde wereld in, waar weer veel winkels en ‘drive thru’ restaurants zijn. En waar de camping (zo’n 200 plaatsen) VOL blijkt te zijn, hoewel ze toch nog 1 plaatsje voor ons over blijken te hebben.
De volgende morgen worden we wakker van.. de zon! Heerlijk, dat betekend korte broek aan en even uitproberen of de airco van de camper werkt. Jawel hoor! We rijden naar Woy Woy, een plaatsje ten noorden van Sydney, daar is het iets rustiger dan in de drukke gebied direct rondom Sydney. Het gebied rondom Woy Woy is schitterend, het zijn een soort Fjorden. Aan zee zien we gewoon maar even pelikanen vliegen! Ach, later zien we ze dan al veel meer en blijken ze (hier) helemaal niet zo bijzonder te zijn. We kamperen direct aan zee, die we de hele nacht horen. ’s Nachts regent het weer continu… Het lijkt niet op te houden.

[shashin type=”photo” id=”499,503″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

De volgende morgen staan we vroeg op, om naar Sydney te gaan. De wekker staat om half 8, maar Jack is al om kwart over zes wakker, zijn wekkertje (telefoon) blijkt het al een uur later te hebben. Inge verklaart hem aanvankelijk voor gek, maar als we op het station aan komen (om met de trein naar Sydney te gaan) blijkt het toch echt al negen uur te zijn, in plaats van acht uur. Hmmmz, bijzonder, we zijn dus ongemerkt een nieuwe tijdszone ingegaan te zijn. Nou goed, tien uur is natuurlijk ook best een mooie tijd om in Sydney aan te komen! :-) We wandelen door de stad, naar de Opera House en de Harbour Bridge, de voornaamste attracties die we willen zien. Het is fascinerend om te zien, maar het slechte weer gooit een beetje roet in het eten. Het is inmiddels gelukkig droog, maar we waaien bijna van de Harbour Bridge af..! We wandelen door ‘downtown’ tussen hoge gebouwen en vooral veel rare mensen (zeg maar: zwervers, of mensen in veel te korte broeken en rokjes) terug naar het station.

[shashin type=”photo” id=”506,517,509,525,507,521″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

Sydney was leuk te zien, maar we hebben mooiere steden gezien. Aan het einde van de middag nemen we de trein terug om nog in het licht aan te komen en een camping voor die avond op te zoeken. We zitten inmiddels in “The Entrance”, een klein plaatsje tussen een meer en de zee ingeklemd.

<< Lees het vorige verslag
Lees het volgende verslag >>