Orang-Oetangs

19 december 2011

Na bijna twee weken radiostilte is het weer eens tijd om jullie een update te geven!

Na vier dagen gerelaxed te hebben in Yogjakarta (leuke stad, maar niet heel bijzonder) namen we op dinsdag 13 december het vliegtuig naar Medan, (Sumatra). Een nieuw eiland! Een heel groot eiland. Medan is een grote, vieze stinkstad, dus daar brachten we alleen de nodige nacht door, om daarna meteen door te reizen naar Bukit Lawang, zo’n 100 kilometer ten noordwesten van Medan.

[shashin type=”photo” id=”1862,1859″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

Bukit Lawang ligt aan de rand van het Gunung Leuser National Park. Het dorpje zelf is maar erg klein. De weg stopt er, je kunt er alleen lopend verder. Maar toch is het dorpje ontdekt en toeristisch, want.. je kunt er Orang-oetangs zien!! Orang-oetang betekent: mens uit het oerwoud.
Wij zijn twee dagen de jungle in geweest om de Orang-oetangs in het wild te zien. En dat was pittig! De eerste dag wandelden we gedurende zo’n 7 uur door het oerwoud. En dat waren geen nette geasfalteerde paadjes! We gingen echt dwars door het oerwoud, bergen opklauteren en afdalen. Soms waren de heuvels zo steil en glad, dat je je wel aan boomwortels en lianen moest vasthouden om niet naar beneden te glijden. In het begin probeerden we onze schoenen (en broek!) nog schoon en droog te houden, maar dat was natuurlijk onbegonnen werk en zo banjerden we op een gegeven moment gewoon door alle riviertjes en modderpoelen heen. Een heel avontuur!

[shashin type=”photo” id=”1865,1866,1872,1875,1884,1891″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

Aan het einde van de middag kwamen we bij een grote rivier uit, die we met een tube, een grote opgeblazen autoband, over moesten steken en zo kwamen we bij het kamp uit, waar we overnachten. Dat kamp was aardig spartaans. De tenten bestonden uit een stuk plastic over een paar bamboe stokken en de matrasjes waren niet dikker dan een halve centimeter. Een laken werd maar achterwege gelaten, al werd het ’s nachts toch aardig fris. Ach, dat zal er wel bij horen in de jungle! De volgende morgen waren we in ieder geval blij dat we weer mochten opstaan. Na een bezoek aan een waterval, gingen we raftend terug naar het dorp. Nou ja, raftend, ze bonden vijf opgeblazen autobanden aan elkaar en daarmee gingen we de, aardige ruige, rivier af. Geweldig!!

[shashin type=”photo” id=”1897,1900,1901,1902″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

En zo kwamen we na twee dagen, volledig gebroken, weer terug in Bukit Lawang. Een heel avontuur rijker. Dat we in de jungle orang-oetangs, en ook nog withand-gibbons, langstaart makaken en Thomas leave monkeys zagen, heb ik dan nog niet eens verteld, maar die Orang-oetangs, daar kwamen we tenslotte voor! We gebruikten twee dagen om bij te komen van de trekking. Wat hadden we een spierpijn! Maar dat hersteld heel goed als je gewoon een hele dag lekker in een hangmat voor je hutje hangt.

[shashin type=”photo” id=”1919,1927,1931,1936,1939,1940″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

En zo zijn we gisteren (maandag) doorgereisd naar Danau Toba, zo’n 250 kilometer ten zuiden van Bukit Lawang. Danau Toba is het grootste kratermeer van Zuidoost-Azië. Wij verblijven op Tuk Tuk, een eilandje in dat meer. Doordat de reis gisteren een volle dag in beslag nam (250 kilometer lijkt dan niet zo veel, maar het kost je hier 10 uur…!) en Jack vandaag is getroffen door diarree en koorts, hebben we nog niet veel van het eiland gezien, maar het oogt erg mooi en relaxed. We blijven hier een paar dagen. Hopelijk is Jack morgen weer aangesterkt zodat we samen weer wat kunnen ondernemen.

[shashin type=”photo” id=”1943,1944,1951,1957,1969,1974,1985,1986″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

En dan verder..! Hoewel we het liefst zo min mogelijk plannen, hadden we toch het idee dat het misschien verstandig was voor kerst en oud & nieuw wat vast te leggen. In, voornamelijk Islamitische, Indonesië hebben nog niet echt het gevoel dat het al bijna kerst, maar de kalender verteld ons toch anders..! En zo besloten we, na wat speuren in de Lonely Planet en op het web, dat we op vrijdag 23 december naar Banda Aceh vliegen, het noordelijkste puntje van Sumatra. Vanaf daar nemen we de veerboot naar Pulau Weh, een klein eilandje dat vooral duikers en snorkellaars aantrekt vanwege het kraakheldere water. Dat wordt de kerstbestemming van 2011! En daar zullen we bijna een week verblijven. Daarna vliegen we op 31 december naar Kuala Lumpur (Maleisie) om daar oud en nieuw te vieren. Vanaf Kuala Lumpur ligt het dan weer open wat we gaan doen, behalve dat we zo’n 3 weken later in het noorden van Thailand uit zullen komen om daar Luci en Frits te ontmoeten!

Vanuit Danau Toba, Indonesië, willen wij jullie allen hele fijne kerstdagen wensen en alvast een heel goed begin van het nieuwe jaar!!

Toevoeging:

Op 19 december kreeg Jack in de ochtend diarree, toen tegen de avond de koorts behoorlijk begon te stijgen (hoogstgemeten temperatuur 38,8 graden zijn we toch maar even naar het ziekenhuis gegaan. Daar is een malaria en dengue test afgenomen (beide negatief gelukkig) en kwam ik aan het infuus te liggen. Dat infuus heeft me behoorlijk geholpen. De koorts ging snel weer terug naar de normale lichaamstemperatuur en nu op moment van schrijven voel ik me aardig beter en het lijkt er ook op dat de patatje oorlog in de broek weer over is. Ik heb antibiotica meegekregen in de vorm van pillen.

Over het ziekenhuis zelf kan ik ook wel een boek schrijven:
-vrouwen in hun dagelijkse kleding zijn de doktoren.
-twee scooters rijden door het ziekenhuis.
-de rolator waar mijn infuus aan hing had 1 wiel te weinig en donderde daardoor twee keer bijna om.
-Niet de doktoren maar Inge geeft mij de medicijnen.
-etc…..

Maar we zijn er weer! Tot de volgende update.

<< Lees het vorige verslag
Lees het volgende verslag >>