Woensdag 26 oktober….
…. op de camping zijn we heerlijk wakker geworden. De vele tjilpende kanaries doen je onmiddelijk beseffen hoe gaaf dit eigenlijk is. Wakker worden van kanaries in een voilliere, maar deze voilliere heet ‘moeder aarde’. Hoe lekker is dat! Die beesten hebben de meest fantastische ondenkbare felle kleuren en vliegen gewoon vrij in de natuur, en niet in een kooi van daartig bie daartig met een stokje en zaagsel onder de voetjes. Nee, ze hebben een hele boom, en onze aardkloot onder zich….
Na dit besef zijn we binnen 5 minuten uit bed en nemen we een duik in het zwembad, het zwembad met uitzicht op zee. De zee is geen goed idee deze morgen omdat er in deze maanden de zeer giftige ‘box jelly fish’ aanwezig kan zijn. De duik in het zwembad is verfrissend en we zijn wakker. Opgefrist om 200 km te rijden.
De rit gaat voorspoedig en voor we het weten hebben we 195 kilometer gereden. Voordat we aankomen bij de plaats waar we overnachten gaan we eerst nog naar de Billabong sanctuary. Dit is de Australian zoo, maar dan de niet commerciële variant, hoewel….
We hebben een fantatische crocodile show gezien. Wat een imbicielen zijn dat zeg, die gasten die in zo’n kooi gaan met crocodile’s. Hoewel ze vaak wel weten wat ze doen zie je die gasten (alla Steve Irwin) toch echt wel als imbicielen na zo’n show. Imbicielen die tegelijkertijd groot respect verdienen.
[shashin type=”photo” id=”692,710,867,717,721,722,729,734,751,758,759,719,731,739,749″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]
Naast die show zijn we ook nog met een koala op de foto gegaan. Beetje toeristisch is het wel, eerst betalen, dan op de foto. Als we (iedereen) eenmaal betaald hebben haalt die knaap een koalabeertje uit het park op. Inge is direct als eerste aan de beurt en is direct verliefd op dat beestje. Hij is erg sloom (ze worden een beetje stoned van de eucalyptus bladeren) en is erg lief om te zien. De vacht voelt erg stroef en tegelijkertijd heerlijk om te aaien. Net als die crocodileshow; wat een prachtige belevenis.
Omstreeks drie uur hebben we alles in de zoo op de digitale plaat weten vast te leggen en gaan we naar onze plaats waar we de nacht gaan doorbrengen. We rijden naar een national park welke dicht bij de zoo is gesitueerd. We hadden niets geregeld om daar te mogen staan, maar er bleek daar een telefoon te zijn. Er bleek nog een plaatsje vrij, en we hebben heerlijk overnacht. Een paar opsommingen:
1) we hebben daar een spin gezien, zo groot heb ik ze in NL nog nooit gezien.
2) walibies kwamen af en toe een kijkje nemen. Erg leuk om te zien.
3) we hebben (dmv die aanwezige telefoon) de campervan nog 1 week verlengd, en dus zijn we nog een week langer in Australië.
De dag daarna kan ik kort omschrijven; God in Frankrijk (aka Jackass downunder)
We hebben een klein stukje gereden en kwamen bij een gratis spot uit, welke in mum van tijd vol was. Wij hebben ons ingesmeerd en zijn aan zee gaan liggen. De hangmat tussen twee aanwezige palmbomen opgehangen,….. en ik ben net weer wakker…. HEER-LIJK!
[shashin type=”photo” id=”769,770,772,773″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]
Zo inmiddels is het al vrijdag 28 oktober en lig ik in de campervan, in bed. Vanavond aardappelen in de olie en salade erbij. Heerlijk gegeten dus! Daarna het aanwezige vuur welke gebruikt om de aardappelen in te frituren (in pan met veel olie) opgestookt tot een middelgroot kampvuur totdat we beide ineens geritsel horen in de bossen. Onze nieuwe zaklamp verlicht de omgeving zoals napalm dat in de Vietnamoorlog deed, daar ligt het dus niet aan. Het dier zat nog te ver in de bossen. Ik heb een stok gepakt en heb het struikgewas wat heen en weer bewogen tot ik het beest in kwestie zag. Nog nooit eerder gezien; een soort dikke rat, maar dan wel met een heel groot achterlijf. Nou hij zag er niet er dreigend uit, dus ben ik weer bij het vuur gaan zitten. Het vuur waar de vlam inmiddels van verdwenen was. In het kader van die vlam liep ik naar de campervan om een oude krant te pakken terwijl de zaklamp de omgeving verlicht. Zodra ik achter de campervan ben zie ik een beest op een paal zitten. Ik kijk nog eens beter en ik zie daar zomaar een nachtuil zitten. Stijf voor zich uit kijkend, blijft hij daar lekker zitten. Mooi, een nachtuil in de natuur zie je volgens mij niet zo vaak omdat het dan uiteraard donker is. Dus we hadden een beetje geluk denk ik. Evenwel, ik doe mijn ding en ga weer terug naar het kampvuur. Niet veel later hoor ik weer iets in de richting van de bossen, zaklamp er op, de nachtuil weer. Ditmaal op de grond, en ditmaal vliegt hij direct weer weg. Maar het licht van de zaklamp schijnt nog wel op die plek, en ik zie ineens iets glinsteren, verdwijnen en weer glinsteren. Ik ga direct met zaklamp er op af. Zonder te knipperen want het glinsterende object was vanaf die afstand zo groot als de knop van een speld. Daar aangekomen bleken het de ogen van een spin. Die uil had die spin dus in het donker zien kruipen, wilde het verschalken maar heeft het laten liggen.
[shashin type=”photo” id=”781,782″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]
Wederom een fijne en enerverende dag, ik zou bijna vergeten te zeggen dat we vanmorgen in een heldere kreek hebben gezwommen, en vanavond ook nog weer in een andere kreek, waar we ook nog even gesnorkeld hebben.
Morgen weer een stukje beschaving, eten kopen, naar een camping (met een douche) en wellicht internet / wifi. Ook moeten we water bijtanken, want het water dat we nu bij ons hebben vragen we ons van af of het drinkbaar is. Een andere fles water moeten we eerst koken voordat we het kunnen drinken (aldus een bordje bij het watertap punt).

