Ho Chi Minh

Na het rustige provinciestadje Can Tho belandden we in Ho Chi Minh City, of ook wel Saigon. Wat een stad! Het heeft een inwoneraantal van de helft van Nederland, terwijl het ongeveer zo groot is als de provincie Noord-Holland. En dan rijden er maar liefst 4 miljoen scooters rond! Op deze manier knapt deze stad bijna uit z’n jasje.

Behalve dat er veel scooters rijden, is het vooral waanzinnig wat ze zo allemaal op hun scooter vervoeren. We zagen een man met vier grote koelboxen, twee mensen met een glasplaat tussen zich in, een man met een koelkast achterop, of een met 7 flessen water ã 20 liter per stuk. Gekte. De grootste verkeersstromen worden gereguleerd door stoplichten, en men houdt zich zowaar vrij goed aan de regels (we rekenen dan rechts afslaan door rood, of over de stoep rijden voor het gemak maar even niet mee). Maar de stoplichten zijn alleen voor het rijdend verkeer, de voetgangers zijn ze daarbij vergeten. Of ze gaan er vanuit dat die zich wel door het rijdende verkeer manoeuvreren. Iedere oversteek was een hele beproeving, maar we hebben Saigon overleefd!

[shashin type=”photo” id=”3948,3947,3949,3950,3951,3952,3953,3954,3955,3956″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

We hebben in vier dagen tijd de stad bekeken, met als hoogtepunten het oorlogsmuseum en de Cu Chi Tunnels. Het oorlogsmuseum was aardig gruwelijk. Er worden veel foto’s tentoongesteld van de gevolgen van napalm en Agent Orange, een ontbladeringsmiddel dat bij veel mensen het DNA heeft kapot gemaakt, waardoor er nu veel mensen gehandicapt zijn geraakt, of generaties later zo worden geboren. Afschuwelijk.

De Cu Chi Tunnels kende Jack van de serie ‘Tour of Duty’, maar het is toch bizar om dit in het echt te zien. Zo’n 60 km van Saigon zijn er tunnels onder de grond, waar de VietCong tijdens de oorlog heeft geleefd en heeft geschuild. Er is een tunnelnetwerk van 250 km lang, geheel onder de grond. De Vietnamezen zijn klein en behendig, waardoor de tunnels erg nauw en klein zijn gemaakt, zo nauw dat de dikke Amerikanen (aldus onze gids) er niet doorheen konden. Inmiddels is een klein gedeelte van de tunnels opengesteld voor publiek, maar ze hebben de tunnels 2 keer zo ruim gemaakt, omdat anders niemand er doorheen zou passen. En wij kunnen zeggen: zelfs nu ze groter zijn gemaakt, past er nog haast niemand doorheen! Wij legden 40 meter af onder de grond, maar kwamen gebroken weer boven!

[shashin type=”photo” id=”4391,3960,3961,3964,3965,3968,3969,3970,4394,3976″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

De rondleiding bij deze tunnels was erg interessant. De Vietcong zijn de Amerikanen met deze tunnels veel te slim af geweest. Ze hebben allerlei inventieve trucs bedacht om de Amerikanen te misleiden, zoals dat ze de rookafvoerkanalen vanaf de keukens honderden meters verderop boven de grond lieten komen. Ook in- en uitgangen werden goed gecamoufleerd en ventilatiekanalen ‘weggewerkt’ in termietenbulten. De Amerikanen wisten dat de Vietcong in de tunnels zaten, maar ze wisten niet hoe het netwerk liep en konden er niet bij komen.

Na Ho Chi Minh City zijn we met de bus verder gereisd naar Mui Ne. Toen we op 24 februari 2012 aan kwamen schrokken we een beetje. Het lijkt hier een Russische nederzetting te zijn geworden! In onze (4 jaar oude) Lonely Planet lazen we daar niets over, maar inmiddels hebben we begrepen dat deze stroom toerisme ook pas vier jaar geleden is begonnen. Voorheen was dit een (kite)surfparadijs, nu is het overspoeld door resorts, russische tekens en de russen zelf. Maar waar we hier voor kwamen: de zandduinen.
Voor ons Nederlanders zijn duinen natuurlijk niet zo heel bijzonder, maar voor Vietnam wel. En de zandduinen hier, zijn zelfs voor ons bijzonder! De duinen bepalen hier zelfs het klimaat: het regent hier minder dan 10 kilometer verderop.

Vandaag zijn we met een Jeep op pad geweest om deze duinen van dichterbij te zien. Allereerst stopten we bij de Fairy spring, een beekje dat door een mooie zand- en rotsformatie stroomt. We liepen door het beekje, zo’n 10 centimeter diep, een kilometer landinwaarts. Naast ons waren prachtige vormen van wit en rood zand, prachtig

[shashin type=”photo” id=”4400,4406,4408,4409,4412,3991″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

Daarna reden we door naar Mui Ne, het visserdorp zelf (ons guesthouse ligt in een 10 kilometer lange strip langs het strand, dat naar het dorpje toe leidt). Mui Ne leeft aan de zee, en van de zee. We kregen een prachtig uitzicht over de baai waarin alle visserboten liggen

[shashin type=”photo” id=”3995,3997,4424,3998″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

Hierna stapten we opnieuw in onze Jeep om naar de witte zandduinen, zo’n 25 kilometer verderop, te rijden. We hadden verwacht met deze white sand dunes een soort Scheveningen voor ogen te krijgen, maar niets was minder waar! We kwamen in een soort Sahara terecht! Wat een enorme uitgestrekte duinen! Heel bijzonder, en vooral ook heel zwaar, om daar doorheen te lopen. Ter plekke werden een soort sleetjes verhuurd waarop je kon zandglijden. Dit moesten we natuurlijk meemaken. Op naar de allerhoogste duin, op de slee en rrrroetss naar beneden!! Echt geweldig!! Binnen een halve minuut ben je beneden, maar het duurt wel 5 minuten voordat je weer boven bent, door dat mulle zand, maar het was magnifiek!

Voor de zonsondergang reden we door naar de rode zandduinen. Het bijzondere is hier dat er wel vijf verschillende kleuren zand zijn, allemaal heel dicht bij elkaar. Hoewel de zon de hele dag had geschenen en er geen wolkje aan de lucht was, begon het juist nu met zonsondergang een beetje bewolkt te worden.. Beetje jammer natuurlijk. Toch mochten we niet klagen.

[shashin type=”photo” id=”4004,4425,4426,4010,4014,4017,4018,4030″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

Op 26-2-2012 reizen we verder naar Nha Trang, zo’n 200 kilometer ten noorden van Mui Ne. Nha Trang schijnt een party-oord te zijn. We houden ons hart vast. Misschien betekend dat ook voor ons drie dagen zuipen en feesten, of we reizen na twee dagen weer verder. We zullen het zien.

Tot zover, tot later!

<< Lees het vorige verslag
Lees het volgende verslag >>