Plezier in de golven

De afgelopen week hebben we het slechte, koude weer achter ons gelaten en zijn we definitief het (sub)tropische klimaat binnen gereden. Wat een verschil! En wat een heerlijkheid.

We hebben de afgelopen week vele nationale parken bezocht, dus ook veel primitieve overnachtingen en weinig mogelijkheden voor contact met de buitenwereld. Maar we vinden het heerlijk! Hebben we vroeger wat te weinig fikkie gestookt? We gaan het soms bijna denken..!

Na ons vorige berichtje zijn we naar het Myall Lakes National Park gegaan. Om in het park te komen, moesten we zo’n 10 km over een onverharde weg rijden, maar dat trekt ons campertje uitstekend! Op de kaart stond al aangegeven dat er midden in het park, op het smalste stukje van het grote meer (Myall Lakes), een veerpontje zou gaan. En jawel, midden in de bush bush lag daar ineens een veerpontje, dat twee keer per uur naar de overkant vaart. Fantastisch! Voor 5 dollar brengt hij ons over. Aan de overkant van het meer vinden we weer een fantastisch kampeerplekje, waar we een vuurtje maken (toen nog redelijk fris) en ’s avonds een dingo (wilde hond) spotten.

[shashin type=”photo” id=”536,539,540,543,544,546″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

De volgende dag rijden we door naar het Crowdy Bay National Park, waar we voor het eerst echt aan zee staan (wat heet, het is 300 meter lopen). Voor het eerst sinds tijden is het lekker weer, dus die middag relaxen we vooral in de zon. En vanaf daar is het tot nu toe iedere dag mooi weer, heerlijk. De volgende dag rijden we naar Port Macquarie, waar we weer even een beetje onder de mensen zijn en ons op kunnen frissen. Wederom mooi weer, wederom relaxen (in de hangmat!) en genieten van de zon. En een bezoekje brengen aan het Koala Hospital, als ze zich niet ‘in het echt’ laten zien, dan zoeken we ze zo maar op. Wat een schatjes!

[shashin type=”photo” id=”564,567,568,562″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

Als we aan het einde van de middag een campsite in het Yuraygir National Park willen opzoeken, verspert na een paar kilometer een enorme plas, een rivier bijna, ons pad. We kijken nog of we er niet toch doorheen kunnen (onze camper kan toch alles aan?!) maar helaas, dit is echt te diep. Omkeren dus, en terug. We gaan daarom naar de camping in Red Rock, een dorpje met 260 inwoners een paar kilometer terug aan de kust. Een weg van 7 km is de enige verbinding die dit dorpje heeft met de buitenwereld. Het kantoortje van de camping is tevens postkantoor. En winkeltje. En cafetaria. Mooi toch hoe dit kan bestaan! Doordat het zo (enigszins) verlaten ligt, is het er heerlijk rustig en hebben we het strand voor ons alleen. Vanuit Red Rock gaan we naar Black Rocks (Bundjalung National Park). Onderweg doen we boodschappen in Ulmarra, op de kaart lijkt het een redelijk plaatsje, maar we vinden er alleen een winkeltje die “bread, milk & papers” verkoopt. Meer dan 4 broden, twee liter melk en 3 kranten hebben ze dan ook echt niet.. Als we nog even bij de rivier kijken, zien we twee dolfijnen zwemmen! Onze volgende campsite, in het Budjalung NP, ligt nog geisoleerder dan Red Rock, aan het einde van een onverharde weg van 20 kilometer lang. De campsite heeft mooie afgelegen kampeerplekjes, met een eigen vuurplaatje en picknickbank. De doorgang naar het (verlaten!) strand, direct voor ons plekje, maakt het helemaal compleet. Een visarend, met net gevangen vis, cirkelt boven ons als we de camper parkeren. Die staat nog nauwelijk stil, of we hebben onze zwembroek/bikini al aan om met een luchtbedje de zee in te gaan!! Whoehoe, nu het vandaag echt tropisch warm is, kunnen we niet wachten..! De zee is nog best koud, maar als we even doorbijten hebben we de middag van ons leven, op de hoge golven. ’s Avonds zijn we als twee kleine kindjes helemaal uitgeput van het spelen in de zee.

[shashin type=”photo” id=”573,575″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

De volgende dag reizen we verder naar het noorden, naar Ballina. Daar shoppen we direct een bodyboard, voor nog meer plezier op de golven! En die moeten we die middag natuurlijk direct uitproberen. De golven zijn zo mogelijk nog hoger dan gisteren, en er blijkt een flinke stroming te zijn! We houden het goed in de gaten door het strand in de gaten te houden, maar dan komen we toch ineens dichtbij de rosten..! Gelukkig zijn hier lifeguards, die al voorzichtig in actie komen om ons te waarschuwen, maar we redden onszelf op tijd. Terwijl we even staan op te drogen op het strand, ziet Inge een grote fontein, midden op zee. Even later zien we hoe een kolossale walvis zich speels op de golven laat vallen!
We hebben het “surfen” echt ontdekt en de volgende morgen rijden we dan ook direct weer langs een mooi strandje. Even lekker de zee in, dan nog een tijdje met een boekje op het strand liggen. Jullie hoeven geen medelijden met ons te hebben hoor..! :-)

[shashin type=”photo” id=”587,585″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

We zijn inmiddels bij Byron Bay aanbeland, een erg toeristisch plaatsje dat bij veel reizigers bekend is. We rijden er doorheen, maar zien al snel dat het iets te toeristisch is, wat ons betreft. We willen aanvankelijk verder rijden langs de kust naar boven, maar zien dan op de kaart dat er op zo’n 20 kilometer landinwaarts nog een National Park ligt, met campsite. Het lijkt ons een leuke afwisseling, op het strand dat we de afgelopen dagen hebben gezien, dus we draaien van de kustweg af en rijden het binnenland in. Dat betekend meteen flink de bergen in! Wat een contrast met de kust, er is meteen veel meer bos en ruiger land. Om bij de campsite te komen moeten we een stuk door het tropische regenwoud heen, dat is prachtig! Er gaat een mooi wandelpad vanaf de campsite naar een 100 meter hoge waterval, maar het is ’s middags zo ontzettend relaxed op de campsite, met enorme leguanen om ons heen scharrelend, dat we die wandeling uitstellen tot de volgende dag.

[shashin type=”photo” id=”588,589,594,596″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

We zijn inmiddels bij de Gold Coast aangekomen. Van hier tot Brisbane zal het heel wat toeristischer zijn dan we de afgelopen week hebben meegemaakt. We doen de komende dagen echter even ‘rustig aan’, want we willen pas vrijdag in Brisbane aankomen, daar worden dit weekend de Oktoberfesten gevierd!! En daar gaan we vieren dat Jack twee-en-dertig wordt! Na Brisbane hebben we nog drie hele weken om in Cairns te komen (zo’n 1700 kilometer).

[shashin type=”photo” id=”609,607,606,611″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

We vinden het beide heerlijk hier. Het is fantastisch in ons campertje, een heerlijke manier van leven. We hadden ons niet voor kunnen stellen hoe ontzettend relaxed, en mooi, het hier is.

<< Lees het vorige verslag
Lees het volgende verslag >>