In de wolken van Sapa

Vandaag (donderdag 15 maart 2012) is het precies een half jaar geleden dat we uit Nederland vertrokken. We zijn inmiddels weer terug in het land waar we onze reis ook begonnen: Thailand! Afgelopen dinsdag verlieten we Vietnam, waar we een fantastische maand hebben gehad, daarna verbleven we twee dagen in Bangkok, om vervolgens een nachttrein naar het zuiden van Thailand te nemen. Aangezien de slaaptrein al voor de komende vier dagen volgeboekt zat, besloten we maar een soft seat te nemen, een stoel dus. Niet heel erg fijn voor een reis van 16 uur gedurende de nacht… Vandaag acclimatiseren we een beetje in Trang, om morgen verder te reizen naar een mooi eilandje, vermoedelijk Koh Mook. Inmiddels is de laatste etappe van onze reis echt aangebroken…!

Maar voordat we verder reizen, zullen we jullie weer eens op de hoogte brengen van wat ons allemaal heeft bezig gehouden de afgelopen weken in Vietnam. Wij reisden van het zuiden naar het noorden, maar in het komende verhaal nemen we jullie in de tegenovergestelde richting mee.

De laatste drie dagen in Vietnam zijn we in Sapa geweest, een heel klein bergdorpje dichtbij de Chinese grens. Het dorp ligt op 1650 meter hoogte en daardoor is het er kkkkoud..! Het weer zat ons niet mee, het was bijna elke dag mistig, alsof we in de wolken leefden, waardoor het nog vele maler kouder aanvoelde dan de 16 graden die het er was. Maar in de wolken waren we zeker, want het was er prachtig. We hebben twee dagen door de bergen gewandeld met uitzicht op prachtige rijstvelden die tegen de bergen op gebouwd zijn.

[shashin type=”photo” id=”4356,4203″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

Het gebied wordt bewoond door verschillende bergvolken, die allemaal in prachtige, gekleurde kleding rondlopen. Ieder volk heeft z’n eigen klederdracht. De eerste dag hebben we rustig aan gedaan en wat in het dorpje Sapa rondgelopen, de tweede en derde dag hebben we twee dorpjes die er vlakbij liggen bezocht, waarbij het de derde dag het meest bijzonder was.

[shashin type=”photo” id=”4206,4355,4354,4353,4352,4351,4208,4209″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]


Toen we begonnen aan onze wandeling kwam een vrouw in traditionele kledij ons achterop lopen en vroeg of we mee naar haar dorp, Lao Chai Village, liepen. We waren afhankelijk wat terughoudend, want we wilden gewoon zelf een wandeling maken, maar toen we op een kruising stonden waarbij we rechtdoor konden om een kaartje te kopen om het dorp te bezoeken, of linksaf konden om dit kaartjeskantoor te ontlopen, liepen we toch met haar mee. We gingen van de verharde weg af en moesten aardig steil klimmen en dalen. Het vrouwtje, Mgi genaamd, deed dat op een soort watersandalen maar ze liep vele malen sneller dan wij! Ze vertelde dat ze om de dag naar Sapa gaat om goederen te verkopen, een wandeling van ruim twee uur. Wij waren al snel blij dat we haar gevolgd hadden, want zelf hadden we de route nooit gevonden. We liepen langs rijstvelden en over heuvels, waar niet echt een pad bleek te zijn. Aanvankelijk probeerde we nog de route te onthouden voor onze weg terug, maar al snel bedachten we dat we een motorbike zouden huren om achterop terug te gaan.

Tijdens de wandeling hadden we soms echt adembenemende uitzichten. Het is er zo ontzettend prachtig!! Na ruim twee uur kwamen we in Mgi haar dorpje uit en we mochten met haar mee naar huis om te lunchen. Het huis was een simpel houten hutje met in de hoek een vuurplaats, waar de hele familie omheen zat om op te warmen. En verder was er eigenlijk helemaal niets in dat huis… Ze woonden er met z’n zessen, van de vier kinderen waren er drie thuis en alleen de oudste sprak wat engels. Buiten liepen een paar kippen en varkens en voor de rest leefden deze mensen van de rijst die ze zelf verbouwden en de spullen die moeders in het dorp verkocht.

[shashin type=”photo” id=”4286,4283,4282,4281,4328,4280″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

Wij warmden ons ook lekker op aan het vuur, terwijl Mgi begon te koken. Een grote pan rijst op het vuur, een omelet en wat kool werden gebakken. Voor het eten werd een klein tafeltje tevoorschijn getoverd, waar we aan konden zitten. Zodra het eten op tafel stond, kwam de fles zelfgemaakte rijstwijn op tafel, Jack vond het echt niet te drinken, maar Inge deed haar uiterste best het ene glaasje toch leeg te krijgen. De vader des huizes hoopte dat wij na het eten nog even gezellig wat glaasjes met hem weg zouden tikken, maar dat sloegen we maar af.

Het was inmiddels al rond vieren en het zou ons niet eens meer lukken om voor het donker terug in Sapa te komen. We zouden dus echt maar een motorbike moeten regelen. Mgi wist echter niet zeker of we in Lao Chai Village een scooter zouden kunnen regelen of dat we daarvoor naar het volgende dorp moesten lopen, maar zij en de drie kids liepen met ons mee. Onderweg werd er wat rondgevraagd en een jongen die in het rijstveld aan het werk was, wilde kennelijk wel een zakcentje verdienen, want z’n schop werd neergegooid en er werden twee scooters uit het dorp gehaald. Wij pakten ons goed in en gingen achterop de scooter terug naar Sapa.
Het was echt heel bijzonder om te zien hoe deze mensen leven. Ze hebben zo ontzettend weinig..!

[shashin type=”photo” id=”4294,4295,4293,4302,4307,4325,4309,4324″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]


Tot zover Sapa. Voordat we in Sapa terecht kwamen waren we een dag in Hanoi, de hoofdstad van Vietnam. De stad was niet echt heel erg bijzonder, al is het wel heel erg leuk dat ze allemaal kleine ambachtstraatjes hebben. In iedere straat wordt wat anders verkocht en zo heb je een straat waar ze allemaal pannen verkopen, of schoenen, of ijzerwaren. Ook zijn er een paar grote meren in de stad, dat maakt de stad wel bijzonder.

[shashin type=”photo” id=”4116,4122,4439,4440,4123,4125,4438″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

Vanuit Hanoi maakten we een tweedaagse trip naar Halong Bay, een gebied ten oosten van Hanoi, waar hoge rotsen de zee uitsteken, waar je met een boot tussendoor kunt varen. De trip zelf was nogal slecht georganiseerd, maar het was indrukwekkend om met een boot tussen deze rotsen door te varen, een grot te bezoeken, te kayakken in doodse stilte en in dit gebied te overnachten.

[shashin type=”photo” id=”4126,4133,4143,4145,4148,4155,4160,4163,4189,4190″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

We reisden vanuit Hanoi naar Hoi An, een prachtig oud stadje dat op de werelderfgoedlijst staat. Het was er echt prachtig, met hele oude huizen en piepkleine straatjes. Het centrum is autovrij, wat het extra mooi en rustgevend maakte. Maar wat vooral typerend voor Hoi An is, zijn de vele kleding- en schoenenmakers. Je kunt er alles wat je wil op maat laten maken. Geef ze een plaatje uit een catalogus en ze maken het voor je. Ook hebben ze hun winkels vol hangen en staan met voorbeelden. Wij lieten twee overhemden voor Jack, een blazer, twee paar laarzen en slippers voor Inge maken. Onze backpacks zijn inmiddels aardig volgepakt!

[shashin type=”photo” id=”4115,4112,4107,4099,4052,4434,4043,4044,4431,4048″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]

We verbleven ook nog een paar dagen in Nha Trang, dé badplaats van Vietnam.
Wij vonden het strand aanvankelijk niet zo heel bijzonder en wilden al wel weer verder reizen, tot Jack ziek werd. Met buikkramp en diarree is het niet prettig reizen, dus bleven we in Nha Trang tot hij uitgeziekt was. Zo bracht Jack z’n dagen in bed, en Inge op het strand door.

En zo reisden we in 30 dagen van zuid naar noord Vietnam. We moesten de laatste week nog aardig strak plannen om alles te kunnen zien wat we wilden zien, maar dat is gelukt! Nu kunnen we nog (bijna) 3 weken relaxen en chillen op de stranden van zuid Thailand.

Tot zover, tot later!

<< Lees het vorige verslag
Lees het volgende (en tevens laatste Sabatical) verslag >>