Nadat we flink hadden afgezien op Sumbawa, vlogen we op 24 november terug naar Bali waar we terecht kwamen in Ubud, een uitgestrekt dorp met veel kunst en cultuur, veel winkeltjes, veel gezellige cafe’s en restaurants. We hebben niet veel gedaan in Ubud, maar het was er vooral zo ontzettend relaxed, dat we er vier dagen bleven. We hadden een prachtige kamer met schuifdeuren naar een groot terras, dat uitkeek op een overweldigende tuin. Iedere morgen werden we wakker van de wierook die in de tuin voor de boeddha werd aangestoken. Behalve dat het lekker rook, ook een verademing omdat we door het boeddhisme op Bali even ‘verlost’ zijn van de moskeeën die de rest van Indonesië overheersen. Na vier dagen, een paar boeken, heel wat uurtjes internet, talloze wandelingen naar restaurantjes en ook wat in de omgeving door rijstvelden en een bos met apen, moesten we Ubud verlaten om weer verder te gaan. We hadden misschien nog wel een week willen blijven, maar het einde van ons visum is al in zicht, dus we moeten doorreizen om die in een grote stad te kunnen verlengen.
[shashin type=”photo” id=”1626″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]
Na Ubud reisden we door naar Tulamben, een heel klein dorpje in het noordoosten van Bali. Het dorpje stelt niks voor, maar het schip ‘de Liberty’ dat in de tweede wereldoorlog hier voor de kust is gecrashed des te meer! Het schip heeft jaren op het land gelegen, maar is in 1963 met een vulkaanuitbarsting terug de zee in ‘geduwd’ en ligt sindsdien op 50 meter voor de kust. In 50 jaar is het schip volledig begroeid met koraal en wordt het omringd door een ontelbare hoeveelheid vissen.
[shashin type=”photo” id=”1648,1649″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]
Deze plek staat op nummer 13 van de beste duikspots ter wereld en omdat wij onze best doen om vooral alleen op de allermooiste plekken te duiken, konden we dit niet missen. Zo maakten we twee schitterende duiken, wat extra bijzonder was omdat we vanaf het strand, met onze hele uitrusting de zee in liepen, en niet vanaf een boot zoals we gewend zijn. Wie van duiken houdt: ga naar Tulamben op Bali, het is fantastisch!!!
Vanaf Tulamben reisden we door naar Surabaya, een grote stad (2,4 miljoen inwoners) op het volgende eiland Java. Niet dat we stonden te popelen om naar zo’n miljoenenstad te gaan, maar alles voor een nieuw visum, zodat we langer in Indonesië kunnen blijven. Hoewel in elke toeristische plaats reisbureautjes zijn die een busreis naar waar dan ook kunnen boeken, kunnen ze vanuit Tulamben geen reis naar Surabaya voor ons boeken. We zijn daarom aangewezen op het locale vervoer, waarvan het een beetje onduidelijk blijft hoe laat de bus vertrekt en hoe lang we er over zullen doen. De ideeën variëren van 3 tot 6 uur, om in ieder geval bij de veerboot naar Java te komen. Op Java zal het nog zo’n 7 uur naar Surabaya zijn. Kortom: we zijn voorbereid op een lange reis. Het liefst in 1 dag, maar desnoods overnachten we onderweg en doen we het in twee dagen. En zo staan we ’s ochtends om 8 uur langs de kant van de weg, want “waarschijnlijk” vertrekt de bus op het hele uur. Als we al een tijd staan te wachten en iemand vragen, horen we dat ie misschien dan toch wel op het halve uur vertrekt. Ja, ja, dit zal echt wel Indonesische logica zijn. Uiteindelijk komt de bus, ergens tussen 8 en half 9 en passen wij er nog net bij in. Voor onze Nederlandse begrippen passen we er NIET meer bij in, en zeker niet die vijf mensen die er na ons nog bij in kunnen, maar die hangen allemaal een beetje uit de deur. Het ken net. Deze busreis gaat aardig voorspoedig, de chauffeur weet het gaspedaal goed te vinden en we stoppen onderweg nergens onnodig lang. Ja, we wachten even bij een busstationnetje omdat vlak daarvoor een jongetje gruwelijk over z’n nek is gegaan en hijzelf en de bus er helemaal onder zitten, maar dat, met nog twee andere brakende personen in de bus (volgens hen reisziekte, wij denken dat het door de kip komt die de hele dag in de zon ligt te wachten tot iemand het op eet) is het enige dat deze busreis tegenzit. Na 4 uur komen we aan bij de veerboot naar Java, wat ons betreft een toptijd, we hadden op minstens 8 uur gerekend!
Met de veerboot zijn we binnen een uur over naar Java, waar de klok een uur terug wordt gezet, dus eigenlijk verliezen we niks. Op Java staat er al een bus klaar die “in 2 minutes” vertrekt. Wij hebben onze zinnen gezet op een airconditioned bus, omdat die er vaak veel minder lang over doen dan de lokale bussen, maar volgens de beste chauffeur doet hij er 6 uur en 20 minuten over. Vooral die ‘..en 20 minuten’ geeft ons hele goede hoop dus we stappen gauw in. Ook deze chauffeur rijdt erg goed door, op plaatsen waar in Nederland tien inhaalverboden zouden staan, haalt hij rustig nog even 2 vrachtwagens in. De tegenliggers wijken wel even naar de berm uit, als het allemaal niet helemaal past. Het eerste deel van die reis gaat erg voorspoedig, maar later lijkt de bus van “snelbus”, in “stopbus” te veranderen en wachten we om de haverklap eindeloos, of rijden we gewoon maar 30 km/uur. Al met al komen we met 2 uur vertraging aan in Surabaya, wat betekend dat we 14 uur onderweg zijn geweest… We zijn kapot! En dat Surabaya dan ook nog eens een vieze, drukke, stinkende stad is, doet ons realiseren dat Azië niet alleen maar geweldig is.. We gaan de volgende morgen zo vroeg mogelijk naar het Kantor Imigrasi om ons visum te laten verlengen. Wij vinden het wat omslachtig, een aantal formulieren bij het ene kantoortje halen, een kopie bij het andere kantoortje, inleveren bij een derde kantoortje en horen dat we nog een formulier moeten invullen, maar al met al verloopt het proces aardig soepel en staan we al na een uur weer buiten. Zonder paspoort, en met de mededeling dat we over 5 dagen weer terug moeten komen om ons verlengde visum op te halen.
Omdat we absoluut geen vijf dagen in Surabaya willen blijven, reizen we af naar het zuidelijker gelegen Malang. Ook een redelijk grote stad (800.000 inwoners) maar toch heel wat relaxter dan Surabaya.
[shashin type=”photo” id=”1653,1655″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]
De stad heeft nog heel wat invloeden uit de koloniale tijd en zo ontbijten we bij een plaatselijke toko met een sandwich kaas en een uitsmijter, zoals ze ook echt op de menukaart staan. Behalve dat het gewoon wel een leuke stad is, met een uitbundige zondagsmarkt en grote shoppingscentra, is het vooral een uitvalsbasis om naar de Bromo vulkaan te gaan. Een actieve vulkaan die voor het laatst in mei van dit jaar is uitgebarsten. Doordat de Bromo Vulkaan op 2400 meter hoogte ligt, is het er vaak bewolkt, behalve ’s ochtends heel vroeg. Heeeeel vroeg. We vertrekken daarom om half twee ’s nachts, om eerst twee uur met een jeep de bergen in te rijden. Het is heel bijzonder om midden in de nacht weg te gaan, als alles donker is. We zien dan ook nog helemaal niks van de vulkaan. We worden om 4 uur uitgezet op een ‘viewpoint’ op 2700 meter hoogte, waar het dan nog pikdonker is. En het is er koud!! We hebben voor het eerst sinds twee maanden schoenen, een lange broek en een trui aan, maar klappertanden nog steeds. Als we op ons thermometertje kijken is het 15 graden. Klinkt niet echt koud, en we denken aan jullie in het nog koudere Nederland, maar na weken in de tropische warmte te hebben gebivakkeerd, voelt het voor ons echt koud… Rond 5 uur komt de zon op. Het is niet helemaal onbewolkt, wat de zonsopkomst misschien wat minder spectaculair maakt, maar het is vooral heel bijzonder om steeds wat meer van de omgeving te kunnen zien, wanneer het licht wordt.
Vlak voor ons liggen drie vulkanen, waarvan de Bromo nog actief is. De hoogste vulkaan, 3700 meter, spuwt zelfs af en toe een rookwolkje, het is erg indrukwekkend.
[shashin type=”photo” id=”1669,1672,1678,1680″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]
Als het helemaal licht is, dalen we af naar de Bromo Vulkaan zelf, waar we vanaf de rand kunnen uitkijken op de krater zelf. We hebben nog nooit zo in een krater kunnen kijken. We hadden ons ook niet voor kunnen stellen hoe dit zo kan, er staat geen hekwerk voor of iets dergelijks, waardoor je bij wijze van spreke zo in de vulkaan kunt duiken, mocht je willen, of niet opletten.
[shashin type=”photo” id=”1690,1704,1723,1731″ size=”medium” columns=”2″ order=”user” position=”center”]
Er heeft ooit wel een hekwerk gestaan, maar door de uitbarstingen is er een flinke aslaag overheen gekomen, waardoor de grond hoger is dan het hek. De foto’s zullen minder indruk maken dan de werkelijkheid, maar het was geweldig!
Dinsdag 6 december reizen we terug naar Surabaya, om daar een dag later onze paspoorten weer op te halen. Op donderdag 8 december nemen we dan de trein van Surabaya naar Yogjakarta, een stad in het zuiden van Java, wat een erg leuke stad lijkt te zijn. Op 13 december vliegen we dan van Java naar het volgende eiland: Sumatra.